De archeoloog:

Vloektablet

Magie was een dagelijks onderdeel van het leven in de Romeinse tijd. Met amuletten kon je ziektes en ongeluk afweren, met liefdesdrankjes een nieuwe partner strikken en met vloektabletten wraak nemen op dieven en andere vervelende figuren.

Vloektabletten waren vaak loden plaatjes. Met een stilus werd de tekst erin gekrast. Vaak zijn dat duidelijke vervloekingen. Deze dame was bijvoorbeeld heel boos op de dief van een lap linnen: ‘Een herinnering aan de god Mercurius van Saturnina, een vrouw, over een lap linnen die zij is kwijtgeraakt. Ze vraagt dat de dief niet zal rusten voordat hij haar eigendom naar de tempel heeft gebracht, zij het man of vrouw, slaaf of vrijgeborene…’ (vloektablet uit Uley, Engeland).

Op het vloektablet uit Matilo staat geen leesbare tekst, enkel magische symbolen en de Griekse letters ΩBA (OBA). Misschien is Oba een deel van een demonennaam.

Om de vervloeking extra kracht bij te zetten werden vloektabletten opgerold, soms doorboord met een spijker en begraven op een koude en natte plaats. Graven, kelders en bronnen waren zeer geschikt, dicht bij de goden van de onderwereld.

Archeologen vinden vloektabletten terug in het hele Romeinse rijk. Maar in Nederland zijn er tot nu toe maar twee: een uit Bodegraven en deze uit Matilo.

Romeinse tijd