Cananefaatse boerin:

spinklosje en weefgewicht

Wat heb je daar? Oh, m’n spinklosje! Fijn dat je het hebt gevonden! Het is losgeschoten van m’n spintol.
Met de spintol spinnen we garen van schapenwol. Of van vlas. Dat is even oefenen. Maar als je het veel doet gaat het bijna vanzelf. Je kunt er dan zelfs mee rondlopen en gezellig kletsen met de buurvrouw. Zal ik het je leren? Dan kun je ook meehelpen.
Op een groot weefgetouw weven we stof van al het garen dat we spinnen. Om de draden strak te houden tijdens het weven knopen we onderaan weefgewichten. Dat zijn deze donuts van klei. Zo maak ik kleren voor m’n hele gezin. Het is veel werk, vooral het spinnen. Daarom helpen m’n dochters al van jongs af aan mee.
De wol halen we van onze eigen schapen en het vlas verbouwen we op onze akker. Ik probeer extra veel te spinnen en te weven, want wat ik teveel heb, kan ik verkopen op de markt in Forum Hadriani. Dat heet bij jullie Voorburg. De stad en het fort zorgen voor extra inkomsten voor onze boerderij. Het Romeinse leger heeft namelijk ook veel vlees nodig voor de soldaten en leer voor hun schoenen en schildhoezen. Mijn man heeft de stal groter gemaakt zodat we meer koeien en schapen kunnen houden.

Romeinse tijd

Klik op deze foto als je meer wilt weten en horen van onze archeoloog.