De archeoloog:

Benen dobbelstenen en speelstenen

Romeinse kinderen speelden heel veel. Met poppen van stof, bot of ivoor, ballen van leer, knikkers van klei, houten tollen, bikkels, beestjes van hout en klei, aardewerk rammelaars en nog veel meer. Dit speelgoed vinden we vaak terug in graven van overleden kinderen. Maar ook midden in het castellum, zoals een miniatuur amfoortje in het Romeinse fort van Woerden.

Als Romeinse kinderen volwassen werden, offerden ze hun kinderkleding en speelgoed aan de goden. Meisjes deden dit op de dag voor hun trouwen. Soms waren ze dan nog maar 13 jaar oud. Jongens werden volwassen op de dag dat ze werden ingeschreven in het register van weerbare mannen, ergens tussen hun 12e en 16e jaar.

Maar ook volwassenen hielden nog van spelletjes. Balspelen en bordspelletjes zoals het molenspel, dammen en een soort backgammon waren heel populair. Archeologen vinden spelborden terug die zijn ingekrast in oude dakpannen, straatstenen en zelfs op de treden van de markten op het Forum Romanum in Rome zelf. De speelsteentjes waren van bot of glas.

Met dobbelstenen werden vooral gokspelletjes gedaan. Officieel was gokken in het openbaar verboden, maar daar trokken weinig Romeinen zich iets van aan. Zelfs van een aantal keizers wordt verteld dat ze behoorlijk gokverslaafd waren. Zo zou keizer Claudius (41-54 na Chr.) een speciale speeltafel hebben gehad waarmee hij zelfs in een hobbelende koets nog kon dobbelen.

Romeinse tijd