De archeoloog:

Ruitermasker

Dit ruitermasker is in 1996 ontdekt op de bodem van het Kanaal van Corbulo. Studenten op de opgraving vonden het masker lijken op de zanger Gordon, vandaar dat het de bijnaam ‘Gordonmasker’ heeft gekregen.

Het ruitermasker is van brons, een legering van koper en tin, en wordt tussen 80-125 na Christus gedateerd. Het masker kon met een scharnier aan een helm bevestigd worden. Deze maskers waren niet alleen voor parades bedoeld. Zij werden ook in het gevecht gebruikt. Een groep aanstormende ruiters moet een zeer indrukwekkend gezicht zijn geweest.

Vermoedelijk is de taak van de ruiterij in deze streek vooral gericht geweest op het reageren op aanvallen vanuit zee. Zo is bij Ockenburg in Den Haag een klein ruiterfort gevonden. De basiseenheid van 32 man heette turma (zwerm) en stond onder bevel van een decurio. Eenheden van meerdere turmae heetten ala (vleugel). Er waren ook gemengde cohorten met bijvoorbeeld 6 centuries voetsoldaten en 4 turmae ruiters (cohors quingenaria equitata). Een centurie was een groep soldaten van 80 man onder leiding van een centurio.

De paarden waren niet groter dan een flinke pony. De Romeinen hadden geen stijgbeugels. De ruiters moesten in het zadel springen en er weer af. Dat oefenden ze op een houten paard en dat vinden we terug in de moderne gymnastiek. De stam van de Bataven (uit de Betuwe) was de leverancier van geduchte ruitereenheden die zonder moeite rivieren overzwommen.

Romeinse tijd